Menu Sluiten

Het sprookje van Milo, Tuur en Leon

In de hoofdrollen: Uil, Tientje Tel en Flonflon

Uil zat in zijn boom. Het was lekker weertje. Hij besloot om een
stukje te gaan vliegen.
Maar wat was dat? Tientje Tel was ook in de tuin, maar ze was
wel 10x groter dan normaal. Zag uil dat goed? Ja het was echt!
Uil viel bijna uit de lucht van het schrikken.
Tientje Tel zag er woest uit. Ze rukte zelfs een boom uit de
grond en zwaaide er gevaarlijk mee naar uil.
Waarom ben je zo boos op mij?
Jij gaf me maalbessen. En door die bessen werd ik zo groot. Ik
lijk wel een monster nu!
Ik wist niet dat dit zou gebeuren. Ik eet elke dag van die
bessen en ik ben nog klein.
Flonflon, het kleine schaapje dat rustig in de weide lag en een
Frans liedje aan het zingen was, had alles gezien en gehoord.
Mèhèhèhèh. Rustig maar. Toen ik nog een klein lammetje was,
ging het precies zo. Maar ik weet de oplossing.
Eet minbessen en je krimpt terug.
Waar kan ik die vinden?
In het bos, aan de voet van de berg, naast de rivier.
Komaan, op zoek!
Gelukkig was de grote, gevaarlijke wolf een dutje aan het doen,
probeerde de bruine beer honing te stelen van de bijen en zat

de sluwe vos verkouden in zijn hol. Zo konden ze vlot en veilig
tot bij de voet van de berg, aan de rivier geraken.
Gevonden!
Tientje Tel begon snel van de bessen te smullen.
Eet er niet te veel van, anders word je te klein, zei Flonflon.
En al snel werd alles weer normaal.
Was Tientje Tel nu toch een centimeter kleiner dan voorheen,
vroeg uil zich af?
EINDe